Bewegend leren – Alles wat je moet weten
Vanuit mijn expertise als beweegspecialist en ervaringen in het onderwijs, krijg ik steeds meer vragen over bewegend leren. Daarom heb ik alles op een rijtje gezet in deze blog-serie: Bewegend Leren – Alles wat je moet weten.
Bewegen, er is de laatste tijd veel om te doen en iedereen heeft er een mening over. We bewegen in de maatschappij steeds minder. We worden zelfs wereldkampioen zitten genoemd. Dit heeft zijn effecten op onze gezondheid en de beweegcapaciteit in het algemeen. Voor de maatschappij is er werk aan de winkel om deze negatieve tendens te doorbreken.
Ook in het onderwijs zien we hoe kinderen op het eerste gezicht veelal zittend en ogenschijnlijk inactief de dag doorbrengen. Uiteraard: de kinderen hebben twee keer per dag een pauze en ze nemen deel aan de gymlessen. De core-business van een school is dat de leerkrachten veel aandacht besteden aan de cognitieve vakken als rekenen, taal, spelling en lezen. Dat is ook belangrijk, want de kinderen zijn op school om dit te leren en dat is altijd al zo geweest.
Toch is er een omslag gaande: veel leerkrachten laten tijdens de schooldag kinderen meer bewegen. En dan niet alleen tijdens de gymles of in de pauze, maar juist ook tussen de lessen door. Er is namelijk steeds meer bekend dat veel zitten een deactiverende werking heeft op de hersenen en het lichaam. Met bewegen activeer je het lichaam en daarbij de hersenen, wat een belangrijke voorwaarde is om te kunnen leren.
Dit belooft natuurlijk veel goeds: stijgende resultaten door te investeren in bewegen. Daarom krijgt in het onderwijs bewegen en je fit voelen een steeds prominentere rol. Met name de verhoogde concentratie, taakgerichtheid en een positieve mindset na de activiteit worden gezien als voordeel. Met dit in het achterhoofd worden de gymlessen meer gegeven door vakleerkrachten én denkt men meer na op welk tijdstip de gymles gegeven wordt. Ook biedt men in de vorm van energizers tussen de lessen door korte beweegmomenten van 5 an 10 minuten aan én bewegen de leerlingen tijdens de les die binnen of buiten wordt gegeven. Dit alles vatten we samen als bewegend leren.
Lees hier binnenkort: waar komt bewegend leren vandaan?
Wat is Bewegend leren?
Maar wat is bewegend leren precies? De term wordt de laatste tijd steeds meer en meer een verzamelnaam, die meer en meer instanties en methode-makers te pas en te onpas gebruiken. Velen denken al snel bij bewegend leren aan een combinatie tussen bewegen en leren. Dus terwijl je aan het bewegen bent, werk je aan een cognitieve opdracht en leer je. Maar is dat wel mogelijk, deze twee zaken combineren? Het antwoord daarop is helaas, en zeker uit de cognitieve leerpsychologie: nee, dit kan niet.
Het is in de hersenen wel heel nauw met elkaar verbonden, maar leren (het zich eigen maken van nieuwe, of het aanpassen van bestaande, kennis, gedrag, vaardigheden of waarden) en bewegen zijn in je hersenen twee apart processen. We denken dat we het kunnen en we zouden dat ook heel graag willen, maar onze hersenen kunnen dat gewoon niet aan. Wat de hersenen wel kunnen is heel snel switchen tussen taken – het schakelen tussen deze twee opdrachten – maar nogmaals nooit combineren.
Maar, is er één uitzondering op de regel dat je bewegen en leren niet kunt combineren. Dat heeft te maken met wat je expliciet leert en impliciet leert. Expliciet leren is het leren wat te maken heeft met voordoen en nadoen, denk aan het leren autorijden of het leren lezen. Op een gegeven moment wordt het een automatische. Wanneer je er niet meer over na hoef te denken – je doet het ‘gewoon’ – dan heb je het over een impliciet geleerde beweging.
Bewegingen als lopen, fietsen, gooien of vangen zijn impliciet geleerde bewegingen (het ligt er natuurlijk wel aan waar, wanneer en hoe intensief je loopt, fietst, etc). Je hebt iets expliciet geleerd en door de gedane herhalingen hoef je hier niet meer over na te denken. Je doet het gewoon. En doordat je er niet over na hoeft te denken, ontstaat er ruimte voor je werkgeheugen om andere dingen te doen: bijvoorbeeld om te kunnen leren. Dus terwijl je beweegt, leer je; dat is de gedachte.
Het kan dus toch? Ja, enkel en alleen wanneer je niet over de beweging hoeft na te denken. Dat is een heel dun draadje waarover je balanceert. Wanneer je tijdens het bewegen wilt leren, moet dit dus een beweging zijn die geautomatiseerd is (En of dit alles opweegt tegen een goede werkhouding met volle focus, dat moet je je trouwens ook afvragen). Al met al is dit echt het allerbelangrijkste wat je jezelf altijd voor ogen moet houden als je aan de slag wilt gaan met bewegend leren.
Waarom Bewegend leren?
Laten we een stapje verder gaan: waarom is het belangrijk om aandacht te besteden aan bewegend leren? Het is daarom eerst goed om te weten wat er gebeurt in de hersenen wanneer je beweegt.
Als je beweegt, word je lichaam geactiveerd. Hiermee bedoelen we dat de hartslag omhoog gaat en de bloedsomloop extra geactiveerd wordt, waardoor meer zuurstof naar de hersenen gaat (over een langere periode heeft het ook positieve invloed op de hersenstructuur). Daarbij geven je hersenen verschillende neurotransmitters af die bepaalde gebieden in de hersenen activeren. Maar het belangrijkste is dat met bewegen vooral één heel belangrijk gebied in de hersenen voor een bepaalde tijd wordt geactiveerd: de prefrontale cortex.
In de Prefrontale Cortex – het voorste gebied van de hersenen – bevinden zich verschillende centra waar planning, werkgeheugen, aandacht en gedragsregulering worden aangestuurd. Dit staat beter bekend onder de naam Executieve Functies. Zij werken op hun beurt weer samen met de Hypothalamus, de afstandsbediening van je lichaam, en die zorgt er weer voor dat er stofjes vrij komen die ervoor zorgen dat je tijdens het leren je beter kunt onthouden en het denkvermogen en je ruimtelijke navigatie gestimuleerd worden. Ook je hippocampus – het werkgeheugen en waar de informatie binnenkomt, wordt vastgehouden of waar bestaande informatie wordt opgehaald – functioneert onder aansturing van de Prefrontale Cortex.
Dat was even een technisch verhaal, maar bewegen zorgt er dus voor dat dit gebied, de Prefrontale Cortex, het gebied wat nodig is óm te kunnen leren, actief wordt. Je kunt het dus als volgt samenvatten: wanneer je beweegt, activeer je de hersengebieden voor een bepaalde tijd óm te kunnen leren.
Door te bewegen activeer je belangrijke hersengebieden die nodig zijn om te leren. Helaas is het wel zo dat iets leren en onthouden vooralsnog een heel ander proces is. Een geluk is dan wel weer dat dit proces bij iedereen hetzelfde werkt, ongeacht zijn of haar niveau. Nog een kleine kanttekening: het is wel zo dat bij de ‘slimmere kinderen’ de hersenactiviteit hoger ligt. Dit heeft te maken dat bij deze kinderen er al meer hersengebieden geactiveerd zijn en zij automatisch al gebruik van maken. Meer bewegen heeft voor deze kinderen meer een positief effect op de gezondheid.
Bewegend Leren in de praktijk
We weten nu dat bewegen en leren in de hersenen twee verschillende processen zijn en we weten dat met bewegen de voorwaarden worden geschapen om voor een bepaalde tijd te kunnen leren. Hoe wordt dan bewegend leren toegepast in de praktijk? Je kunt bewegend leren aanvliegen via een drietal wegen:
-
Het fysiek bewegen in de klas als afwisseling tussen een instructie en verwerking van de lesstof. Kort gezegd als ‘beweegtussendoortje’ of ‘energizer’;
-
Het fysiek bewegen tijdens het leren. Denk hierbij aan al bewegend antwoord te geven. Dit kan zowel binnen als buiten;
-
Het fysiek bewegen buiten de klas. Denk hierbij aan de gymles, de pauze en zelf ook het sporten na schooltijd.